This store requires javascript to be enabled for some features to work correctly.
Rupsen zijn de larven van vlinders en motten. Ze eten vooral bladeren, jonge scheuten en soms knoppen. Bij een kleine aantasting zie je wat happen uit het blad, maar bij een stevige plaag kan een plant snel kaal of verzwakt raken.
Wat rupsen extra lastig maakt: ze eten vaak op momenten dat je ze minder ziet, zoals vroeg in de ochtend of in de avond, en verstoppen zich graag diep in het gewas. Daardoor zie je soms eerst schade en pas later de rups zelf.
Rupsen komen niet uit het niets. Volwassen vlinders of motten leggen eitjes op planten die geschikt zijn als voedsel. Zachte, jonge groei is extra aantrekkelijk, net als dichte beplanting waar rupsen zich makkelijk kunnen verschuilen.
Let op een blinde vlek die veel mensen hebben: je ziet één rups en denkt dat het meevalt, maar als er eitjes zijn gelegd kunnen er meerdere tegelijk uitkomen. Dan lijkt het alsof de schade ineens explodeert.
Buiten zie je rupsen vooral van het voorjaar tot en met de nazomer, afhankelijk van soort en temperatuur. In beschutte tuinen en kassen kan het seizoen langer doorlopen omdat de omstandigheden stabieler zijn.
Merk je dit soort signalen, dan is rupsenschade een serieuze kanshebber:
Als je het zeker wilt weten, controleer dan juist de plekken waar ze zich verstoppen, zoals jonge hartbladeren, opgerolde bladeren en dichte delen van de plant.
Rupsen zijn vooral schadelijk doordat ze letterlijk aan je plant vreten. Daardoor krijg je geen zilveren vlekken zoals bij trips, maar echte vraatschade met happen en gaten. Dit zijn de meest voorkomende tekenen van een rupsenplaag:
Rupsen verzwakken je plant doordat er minder blad overblijft voor fotosynthese. Vooral jonge planten kunnen daardoor groeiachterstand oplopen of zelfs omvallen. Bij sommige gewassen kunnen rupsen ook knoppen, bloemen of vruchten beschadigen, wat extra stress geeft en de kwaliteit verlaagt.
Coachende noot, want dit gaat vaak mis: mensen denken snel “rups” bij gaten, maar slakken, kevers en zelfs mechanische schade kunnen ook gaten geven. Het verschil zit vaak in die combinatie van vraatpatroon plus frass, webbing en het daadwerkelijk vinden van de rups.
Rupsen bestrijden werkt het best als je ze vroeg pakt en hun schadecyclus onderbreekt. Aaltjes, zoals Steinernema carpocapsae, kunnen daarbij helpen omdat ze insectlarven kunnen infecteren, waaronder verschillende soorten rupsen. Je brengt ze aan met water, waarna ze hun gastheer binnendringen en die uitschakelen via symbiotische bacteriën.
Voor een optimale aanpak combineer je dit met strak monitoren en direct ingrijpen. Denk aan regelmatig controleren van blad en groeipunten, rupsen wegplukken waar je ze ziet, en behandelen op het juiste moment. Verwacht geen perfecte stilte binnen een paar dagen, maar bij een goede timing en voldoende vocht zie je meestal binnen enkele weken duidelijk minder vraatdruk. Bij bladtoepassing is luchtvochtigheid en het vermijden van fel zonlicht echt doorslaggevend.
De voordelen van deze biologische bestrijdingsmethode zijn:
Zie je onregelmatige gaten, aangevreten bladranden of zelfs half kale planten, dan is rupsenschade een logische verdachte. Rupsen zitten vaak verstopt aan de onderkant van het blad, in samengesponnen bladeren of diep in het gewas. Je ziet dus soms eerst schade en pas later de rups zelf.
Het probleem wordt vaak erger doordat rupsen in korte tijd veel kunnen eten, vooral als er meerdere tegelijk uit eieren komen. Alleen wachten tot je ze toevallig ziet is meestal te laat, je wilt actief controleren en snel ingrijpen.
Biologische bestrijding is vaak de veiligste route als je geen sprays of zware middelen wilt gebruiken. De truc is dat je niet alleen kijkt naar wat je ziet, maar ook naar waar de rupsen zich verstoppen en wanneer ze het meest actief zijn.
Rupsen zijn de larven van vlinders en motten. Ze eten plantmateriaal, vooral blad, maar ook jonge scheuten, knoppen of bloemen. Afhankelijk van de soort kunnen ze ook spinsel maken of bladeren samen trekken om zich te verstoppen.
Rupsen aaltjes zijn aaltjes die je met water toepast, vaak wordt hiervoor Steinernema carpocapsae genoemd. Deze soort kan worden ingezet tegen insecten die boven op de grond leven of op het blad zitten, zoals bepaalde rupsen.
Belangrijk om eerlijk te houden: bij rupsen hangt het resultaat extreem af van de toepassing. Bij bladtoepassing werken aaltjes het best bij voldoende luchtvochtigheid, bij weinig uv en wanneer het blad lang genoeg vochtig blijft. Anders drogen ze uit of raken ze beschadigd door zonlicht en is het effect teleurstellend.
Sommige rupsen verstoppen zich overdag laag in de plant of in strooisel, en sommige soorten verpoppen in of op de grond. In die situaties kan behandeling van de bodem of de schuilplek logisch zijn, omdat je ze raakt waar ze toch al zitten. Maar er zijn ook soorten die juist op de plant verpoppen, dan heeft een bodembehandeling minder impact. De soort rups bepaalt dus mede waar je moet behandelen.
Rupsen komen niet uit het niets. Volwassen vlinders of motten leggen eitjes op planten die geschikt zijn als voedsel. In een tuin of op balkon kan dat snel gaan, zeker bij zachte nieuwe groei en dichte beplanting waar rupsen zich makkelijk kunnen verschuilen.
Aaltjes tegen rupsen gebruik je als spray of drench, afhankelijk van waar de rups zich bevindt. Bij bladtoepassing werkt het het best als je het blad goed raakt en de omstandigheden kloppen, voldoende vocht en weinig uv. Bij schuilende rupsen rond de plantbasis kan een behandeling rond de voet of in het strooisel logischer zijn.
Wil je sneller resultaat, dan hoort daar een volwassen aanpak bij, letterlijk. Je combineert behandeling met dagelijks even kijken, rupsen weghalen waar je ze vindt, en herhalen als je nog nieuwe vraat ziet. Anders blijf je achter de feiten aanlopen.
Bladeters is een verzamelnaam die mensen vaak gebruiken voor alles wat gaten in bladeren maakt. Het verschil met rupsen herken je aan drie dingen, vraatpatroon, rupskeutels en het vinden van de rups zelf. Rupsen laten vaak zwarte of groenige korreltjes achter en zitten graag verstopt op vaste plekken.
Steinernema carpocapsae wordt in de biologische bestrijding vaak genoemd als soort die effectief kan zijn tegen verschillende rupsen, waaronder webworms, cutworms en armyworms. Het kan worden toegepast op bodem en in sommige situaties op het blad, maar dan gelden strikte voorwaarden rond uv en luchtvochtigheid.